Alle Koopmanschappen tot Wormer ende Gisp 

in droncken lagen ghemaeckt, zijn van gheender waerden, Taverniers moghen boven den gulden niet borghen, ende alles moet aldaer met ge-yckte maten, ellen ende ghewichten verkocht worden.

    Kaerle by der gratie Godts, Roomschen Keyser, altijdts vermeerder des Rijcks, Koningh van Germanien, van Castilien, van Leon, van Arragon, van Navarre, van Napels, van Sicilie, van Majorque, van Sardaine, van den Eylanden van Indien ende vaster aerde, van de zee Oceane, Ertz-Hertoge van Oostenrijck, Hertoghe van Bourgongien, van Lotheringe, van Brabant, van Limburgh, van Luxenburgh, ende van Gelre, Grave van Vlaenderen, van Arthoys, van Bourgoingien, Phalz-grave, ende van Henegouwe, van Hollandt, van Zeelandt, van Serrette, van Haguenault, van Name, ende van Zutphen, Prince van Swabe, Marck-grave des Heylighen Rijcks, Heere van Vrieslandt, van Salins, van Mechelen, van der Stadt, Steden ende Landen van Utrecht, ende van Over-yssel ende Groeninghen, Dominateur in Asia ende Africa, allen den genen die dese onse Brief sullen sien: Saluyt. Doen wetene: 

    Dat wij ontfanghen hebben de ootmoedighe Supplicatie, van den Schepenen van den Dorpe van Wormer ende Gisp, gheleghen in Kennemer-landt, in onsen lande van Hollandt, over ende in name van de gemeene Inwoonders van den selven Dorpen, inhoudende, hoe dat t welvaren van den voorschreven Dorpen gheleghen es, in toe-redinghe van Schepen, te zeylen Oost ende West met heure koopmanschappe, daer sy-luyden ende oock heure kinderen ten bequame bejaertheyt gekomen zijnde, zeylen ende converseren, om t welck te onderhouden, hen-luyden van noode es, de goetwilligheydt van de jonghe kloecke Mannen, die daghelijcks in de Taverne verleydt werden: ende oock es hen behoeftelick te maken sekere politien tot dien fine dienende, midtsgaders omme te verhoeden datter niemandt in dronckenschappe, ende in droncken gelage getintimideert en soude werden. Ende moeten daer toe hebben geregeltheydt van t gene wes onse Schout van den selven Dorpe sal hebben van zegelen: eenighe brieven die men vervordert om te bezeghelen, die brieven, inhoudende een Rijns-gulden s Jaers, te nemen vijf stuyvers, ende van twee Rijns-guldens s Jaers, thien stuyvers. 

    Ende oock om te moghen bedwingen die Backers, Tappers, Koopmans van kleyne Waren, ende Laken-verkoopers, mit sekere gewichte, mate elle, ende ter sonderlinghe profijt respectivelijck, naer de prijsinghe ende dalinghe van Koorne ende Wijne, te backen, te tappen, uyt te meten ende te weghen. Ende omme daer toe te komen, sy-luyden onder onser goede gheliefte geraemt hebben: 

    Eerst, dat alle koopmanschappen in droncken ghelagen gemaeckt, van geene waerde en sullen wesen, in gevalle yemandt van de Contrahenten des anderen daeghs peniteerde: ende dat elck Tavernier binnen den voorschreven dorpen, op die peyne van thien schellingen, ten prijse van veertigh Grooten onser vlaemscher munte, gheinterdiceert soude werden, eenighe Jonghelinghen te borgen meer dan veertigh grooten Vlaems, ende elck op de verbeurte van de somme die sy-luyden daer-en-boven ghebroght sullen hebben. Ende dat de selve Taverniers, heur-luyder Bieren ende Wijnen souden uyt-meten, met alsulcke mate als men binnen onse Stede van Haerlem, daer de voorschreven Dorpen omtrent ghelegen zijn, gebruyckt, ende dat die selve mate ghe-yckt ende ghebrandt soude wesen by de voorschreven Supplianten. 

    Oock dat de selve Supplianten, alle Bieren ende Wijnen naer d estimatie van den coerne, ende ghelegentheyt van dien tijde, souden ordonneren op eenen sekeren prijs getapt te werde. Ende van gelijcken, alle Backers gehouden souden wesen, te backen op een seker ghewicht, oock ter tauxatie ende prijse van de voorschreven Supplianten. Insghelijcks, dat alle Koopmans van kleyne Waren, uyt-koopen souden, met alsulcke mate ende gewichte, als binnen de voorschreven Stede van Haerlem ghebruyckt werdt, ende by de voorschreven Supplianten ghebrandt ende ge-yckt soude wesen, ende dit al op verbeurte van thien schellinghen, van veertigh grooten onser Vlaemscher munte, tot profijte van onsen Schout. Ende van den goede die sy-luyden contrarie die voorschreven ordonnantie, mit andere maten, ellen ende gewichte verkocht souden hebben, ende op de verbeurte van t broodt, dat in de Backers huysen te licht bevonden soude werden. Hebben voorts de voorschreven Supplianten, onder onser gheliefte gheraemt, dat onsen Schout voorschreven, van t bezegelen van de Brieven, inhoudende een jaerlijcksche rente, van een Carolus gulden, tot thien toe incluys, hebben soude vijf grooten Vlaems. Ende van een jaarlijcksche rente van thien Carolus guldens, ende daer-en-boven, vijf stuyvers. 

    Ende hoewel de ramminge van de voorschreven ordonnantie goet, deughdelijck ende eerlijck zij, waer door onsen voorschreven dorpen in goede policie geregeert souden moghen werden; want daer by benomen soude wesen, het droncken drincken van de jonge luyden, die op heur-luyder reyse legghen steunende op heur-luyder Ouders, heure ghelage borghen, ende tot sommige tijde quade koopmanschappe doen, ende heure reyse vertrecken ende verachteren, tot haer-luyder ende hare meesters prejudictie, ende schade van heuren Ouders, die ter meer stonden heure kinderen droncke gheborghde hebben moeten betalen, dat oock, door sekerheydt van den ghewichten, maten ende ellen, ende instellinghe van de prijse van t Broodt, Wijnen ende Bieren, alle fraude cesseren soude, die by den Backers, Tappers, Koopmans van kleyne Waren, ende Lakenen-verkoopers ghebesight soude moghen werden. Desen nochtans niet tegenstaende, de voorschreven Supplianten en derren die voorschreven ordonnantie by raminge niet doen publiceren, sonder daer op al vooren te hebben onse openen Brieven van Octroy, alsoo sy segghen, ons ootmoedelijck daeromme biddende. 

    Soo ist, dat wy de sake voorschreven overghemerckt, ende hier op gehadt t abvijs van onse lieve ende getrouwe, die eertse ende andere luyden van onsen Rade in Hollandt, den voornoemde Supplianten, gheneghen wesende tot heure bede ende supplicatie; hebben gheoctroyeert, gewillekoert ende geaccordeert, octroyeren, willekoeren ende accorderen uyt onse sonderlinge gratie by desen onsen Brieve, de poincten ende articulen hier nae volgende, te weten, dat alle koopmanschappe, in droncken gelagen gemaeckt, van geene waerden sullen wesen, ende de welcke wy als nu voortaen, verklaren van onwaerden, in gevalle yemandt van de Contrahenten des anderen daeghs peniteerde. Wy interdiceren ende verbieden oock alle, ende een yegelijcke Taverniers, binnen den voorschreven Dorpen, opte peyne van thein schellingen, ten prijse van veertigh grooten onser Vlaemscher munte, eenighe jonge luyden alleene, ter cause van ghelangen ende mondt-kosten alleen verteert, te borghen meer dan veertigh grooten Vlaems, op de verbeurte van de somme, die sy-luyden daer-en-boven gheborght sullen hebben. Octroyeren ende ordonneren voorts, dat de voorschreven Taverniers heur-luyder Bieren ende Wijnen uyt-meten, met alsulcke mate, als men binnen onsen Stede van Haerlem, daer die voorschreven Dorpen onternt gheleghen zijn, ghebruyckt, ende dat de selve maten geyckt ende ghebrandt werden by de voorschreven Supplianten, ende dat die selve Supplianten alle Wijnen alleen sullen moghen ordonneren tot eene sekere prijs ghetapt te werden. Willende ende ordonnerende, dat alle Backers gheghouden sullen wesen te backen op een seker ghewichte, oock ter tauxatie ende prijse van de voorsz. Supplianten. Dat oock alle Koopmans van kleyne Waren uyt-koopen sullen, met alsulcke mate ende ghewichte, als binnen de voorschreven Stede van Haerlem ghebruyckt werde, ende by den voorschreven Supplianten ghebrandt ende ghe-eyckt sal wesen: ende uyt-meten met alsulcke elle als men binnen de voorsz. Stede ghebruyckt, ende by de voorschreven Supplianten gebrandt ende ge-yckt sal wesen, ende dat op alle de verbeurte van thien schellinghen, van veertigh grooten onser voorschreven Vlaemscher munte, tot profijte van onsen Schout, van de voorschreven Dorpen, ende daer-en-boven te verbeuren de goederen, die sy-luyden contrarie de voorschreven ordonnantie, met andere mate, ellen ende gewichte verkocht souden hebben, ende op de verbeurte van t brood, dat in den Backers huysen te licht bevonden soude wesen. 

    Ordonneren voorts, dat onsen Schout voorsz. van alle Rente-brieven, bedraghende drie Rijnsch-guldens s Jaers, ende daer onder, van bezegelen hebben sal drie Stuyvers: ende van drie Rijnsch-guldens s Jaers, tot ses Rijnsch-guldens s Jaers incluys, ses stuyvers, ende van alle Rente-brieven, bedraghende daer-en-boven hoe groot die zijn, thien stuyvers, sonder meer, behoudelijck dat de voorschreven Supplianten gehouden werden, desen onsen Brief te doen registreren in de griffie van onsen Rade in Hollandt, omme daer op te verwerven Brieven van Attache van den selven Rade, ten eynde, dat den selven onsen Brief gepubliceert werde daer ende alsoo t behooren sal. 

    Ontbieden daeromme, ende bevelen den voorschreven van onsen Raden in Hollant, Bailliu van Kennemer-landt, Schout van Wormer ende Gisp, ende allen anderen onsen Justicieren ende Officieren, wie dit aengaen sal mogen, heure Stedehouderen ende eenen yegelijcken van hem, soo hem toe-behooren sal, dat sy van dese onse gratie, octroy ende accoort, ende van allen inhouden van desen, onder de instructienen ende modificatien boven verhaelt, doen, laten ende ghedoghen, den voorschreven Supplianten rustelijck ende vredelijck ghenieten ende ghebruycken, ende de selve onverbrekelijck onderhouden, sonder hen-luyden te doen, nochte laten gheschieden, eenigh hinder, letsel ofte moeyenisse ter contrarien. Procederende ende doende procederen jeghens den overtreders, by executie van de peyne voorschreven, sonder dissimulatie.

     Bevelende voorts onse voorschreven Schout van Wormer, ofte den eersten onsen Deurwaerder hier toe versocht, dat hy dese onse voorschreven Brief kondighe ende uytroepe in den voorsz. Dorpen: ten eynde dat niemandt des cause van ignorantie pretenderen mach, want ons alsoo belieft. 

    Des t oirconde, soo hebben wy onsen zeghele, hier aen doen hanghen. Ghegheven in onse Stede van Brussele, den elfden dagh in Julio, in t Jaer ons Heeren duysent vijf hondert ende drie-en-dertigh (1533) van onsen Keyser-rijck t vierde, ende van onsen Rijcke van Castilien, van Napels ende andere, t achthienste.

    Opte Ploye stondt gheschreven, By den Keyser in sijnen Rade: Onderteyckent, L. de Zoete. Op desen Octroye is by den Hove Attache ghedecerneert, ende staet gheregistreert in t eerste Memoriaal-boeck Jans de Jonghe, in sijn leven Griffier van den Hove van Hollandt. Folio 205.

_________________________________________________________________________________

2000  D Wintersteijn, Krommenie

Deze pagina is onderdeel van de homepage van: D Wintersteijn