Octroy, nopende den Tol van de Wip-brugghe van Aelsmeer.

    De Ridderschap, Edelen ende Steden van Hollandt ende West-vrieslandt, representerende de Staten van den selven lande; Doen te weten: Dat wy ontfanghen hebben d ootmoedige Supplicatie, van de Gheburen, soo in t West-eynde, als aen den Uitter-wegh tot Aelsmeer; hoe dat zy Supplianten aen Dijck-grave ende Hooghe-Heemraden van Rhijn-landt gepresenteert hadden gehadt sekere Requeste, beroerende het verlanghen van de Brugghe ghelegen in Aelsmeer in den Uitter-wegh, om de selve tot een Wip-brugge te mogen maken, ende ten regarde dat een Persoon, omtrent voorsz Brugghe, gestadeloijck soude moeten woonen, ende genruyckt werden tot het ophalen ende neder-laten van de selve Brugghe. Soo hadden sy Supplianten mede versocht, tot subsidie van de kosten van de selve, ende in hermaken der voorsz Brugghe, te moghen eysschen van elck Schip, daer voor de Brugghe ghelicht soude moeten worden, een blanck. Ende alsoo Dijck-grave ende Hooghe-Heemraden voorschreven, belanghende het verlagen ende vermaken van de voorsz Brugghe, het nederlegghen van de masten ende t strijcken van de zeylen, als naer ghewoonte, gheordineert hadden, Kerck-gebodt tot Aelsmeer ghedaen te worden, ten fine als in hare twee hondert en vijfde Keure wordt vermelt, met verklaringhe dat de Supplianten, voor soo veel als aenginck den blanck, van elck Schip te moghen eysschen, hen souden hebben te addresseren aen ons, als bleke by de voorsz Requeste, ende Appostille voor t hooft ghestelt, gheteyckent mette letter A. Soo was t voorsz gheordonneerde, by een Heemraets bode van Rhijn-landt, op den twaelfden Mey sesthien hondert twintigh (1620) tot Aelsmeer ghedaen. Daer jeghens Burghermeesteren ende Regeerders der Stadt Haerlem, voor t doen van t Kerck-ghebodt, belieft hadden door hare Ghecommitteerden te opposeren, als imaginerende, dat door de voorsz Brugghe een binnen door-vaert soude moghen ghepracticeert worden, gelijck te sien was by de Acte, gheteyckent met B. Ende hadden Dijck-grave ende Hooghe-Heemraden van Rhijn-landt, aen de voorsz van Haerlem gheschreven, sekere Missive in date den twaelfden Augusti sesthien hondert twintigh (1620), dienende om hare Gedeputeerden te senden, dingsdagh den achthienden daer aen volghende, omme inspectie ghenomen te worden, daer af t dubbelt geteyckent was met C. Eyndlick by de Ghecommitteerde Hooghe-Heemraden in presentie van partyen, inspectie ghenomen wesende, ende by de Supplianten, klaerlijck vertoont zijnde, dat voor de voorsz Brugghe geen binnen-doorvaert en konde vallen, volghende het verhael gheteyckent met D. Dies niet teghenstaende, en hadden die van Haerlem niet konnen beweeght worden, omme van hunne ghedane oppositie te renuncieren, in voeghen dat die Supplianten ghenootsaeckt waren geweest, de selve van Haerlem, volgende die ghewoonte van de Vyerschare van Dijck-grave ende Hooghe-Heemraden van Rhijn-landt, ende des selfs Keuren, te doen dagh-vaerden, jeghens den vierden Januarij sesthien hondert een-en-twintigh (1621), volghens d Acte ende Relatie geteyckent E. Ten dage dienende, was wegens die Supplianten, by de middelen van heuren Requeste conclusie ghenomen, ende van weghen dopposanten, presentatie ende renunciatie gedaen, die by de Supplianten gheaccepteert waren gheweest. Ende voorts se Supplianten voorschreven, onder sekere limitatien gheconsenteert, de Brugghe te moghen verlaghen, de selve tot een Wip-brugghe te maken, ende strijcken van de zeylen in de Supplianten Requeste geteyckent met A. vermelt. Blijckende by de conclusie, notulen ende vonnisse gheteyckent F. Alles neffens der Supplianten vertoogh, ons over-ghelevert. Ende alsoo Dijck-grave ende Hooghe-Heemraden van Rhijn-landt, niet en konden disponeren op t vorder versoeck, om van yder Schip, daer vooren de Brugghe sal moeten ghelicht worden, te moghen heffen ende ontfanghen een blanck, mede in de voorsz Requeste ghementioneert. Soo versochten de Supplianten, daer toe van ons te hebben behoorlijcke Octroy, om de groote kosten, van t hermaken der voorsz Brugghe, ende de belooninghe van een persoon, die gestadelijck daer toe sal moeten gebruyckt werden, daer uyt te moghen vervallen, midts dat daer van exempt soude wesen, alle die ghenene, die voor de voorsz Brugghe sonder de selve te werden ghelicht, sullen passeren. Soo ist, dat wy de sake voorsz overghemerckt, ende al voorens daer op ghehoort, den Steden naest de voorsz Dorpe van Aelsmeer ghelegen, ende die meest souden moghen wesen gheinteresseert. Ende bevindende dat de voorsz Brugge ende door-vaert, alleenlijck dienstigh sal wesen, voor de binnen-lantsche vaert. Hebben uyt onser rechter wetenschap, volkomen macht ende authoriteyt, den Supplianten gheconsenteert, gheaccordeert ende gheoctroyeert, concenteren, accorderen ende octroyeren by desen, dat de Supplianten, de Brugghe als vooren ghemaeckt zijnde, sullen moghen doen heffen ende ontfanghen, van elck Schip door de voornoemde Brugghe varende, ende daer vooren de selve Brugghe ghelicht sal worden, een blanck; midts dat alle die ghene die door de voornoemde Brugghe varen, ende daer voor de selve niet werdt gelicht, daer van vry ende exemptsullen wesen. Ghedurende dit alles tot onser kennelijcke wedersegghen, ende ten eynde den Supplianten onser concent ende octroyen des te beter moghen ghenieten. Lasten ende authoriseren wy den eersten Deurwaerder hier toe versocht, dese te publiceren ende te affigeren, ter plaetse daer de Supplianten, t selve versoecken sullen, ende deser ter kamere onser Rekeninghe gevisiteert, ende gheregistreert zijnde. Bevelen wy de selve van onse Rekeninghen, ende allen anderen desen aengaende, den Supplianten t effect van desen onsen Octroye te laten ghenieten ende gebruycken, cesserende alle belet ende wedersegghen ter contrarie. 

    Ghegheven in den Haghe, onder onsen grooten zeghele, hier aen ghehangen, opten derden Maert, anno sesthien hondert twee-en-twintigh (1622).

_________________________________________________________________________________

2000  D Wintersteijn, Krommenie

Deze pagina is onderdeel van de homepage van: D Wintersteijn