Extract

Uit den Brieve van uytgifte in erf-pachte van de Duynen van Heemstede.

    Philips, &c. Ende daer-en-boven refererende oock t onswaerts, die helfte van de boeten ende breucken, die komen sullen van de forfeyten ende anderen delicten, vallende in de voorsz gedefigneerde Duynen: Soo langhe die selve Duynen in wesen sullen zijn, t zij in t geheel ofte in deele, alles achter volgende de Brieven van gifte van den Conijnen in Heemstede van de elfden Februarij, duysent vier hondert en een, naer den loop van onsen Hove van Hollandt. 

    Ende de selve Duynen tot Landt, als vooren, ghereduceert zijnde, in t geheele ofte in deele, Soo sal die voorschreven Suppliante hare Erven ende Naekomelinghen, oft actie van hen hebbende, Heeren ende Vrouwen van Heemstede, van de forfeyten, boeten ende breucken, vallende op den Landen alsoo toe-ghemaeckt, hebben ende genieten, alsulcken part ende portie, als sy ende anderen Ambachts-heeren, gelegen in Kennemer-landt, genieten, ende van outs genooten hebben ghehadt, sonder meer. 

    Ghegheven in onser Stadt van Brussele den 24 dagh van October, in t Jaer ons Heeren, duysent vijf hondert ses-en-vijftigh (1556).

_________________________________________________________________________________

2000  D Wintersteijn, Krommenie

Deze pagina is onderdeel van de homepage van: D Wintersteijn