Verklaringhe des stijls ende maniere van criminelijcken te procederen op de hooghe Vyerschare van Kennemer-landt.

    Ten versoecke van den E. Gerard van Berckenrode, Bailliu van Kennemer-landt, verklaren wy Leen-mannen onder gheschreven waerachtigh te zijn.

    Dat de stijle ordinaris van de hooge Vyerschare van Kennemer-landt, in het procederen tegens Delinquanten het zy Doodtslaghers, Dieven, Vagebonden ende andere Geweldenaers, sulcks werdt geobserveert, dat den Bailliu, hebbende in apprehentie eenighe dierghelijcke Delinquanten, teghens de selve boven sijne ghenomen informatie; doet maken sekere vraegh-stucken, op de welcke hy ten overstaen van twee uyt het Collegio, ofte al-temet meer nae exigentie van de sake, de selve ghevangen doet hooren, omme de voorsz articulen simpelijcken te doen beantwoorden, per verbum credit vel non.

    Welcke antwoordt geteyckent hebbende, hy de selve in het volle Collegie, met sijn ghenomen informatie doet visiteren: omme by collatie van dien t examineren, waer inne de Delinquanten failjeren in het antwoorden, ende soo wanneer sulcks bevonden werdt, dat den Bailliu alsdan mondelinghe versoeckt, dat de voorsz Delinquanten op de articulen by hen-luyden ontkent, ter scherper examen gheleydt moghen werden, het welck hem oock mondelinghe sonder gheschrifte geaccordeert werdt, ende dagh genomen om op de torture wederomme te compareren.

    Alles sonder figure van proces, partyen ongehoort, ende met gesloten deuren sommierlijcken, ten fine den selven Bailliu anders doende, in debat van ordinaris proces, niet en soude gheracken.

    Ende dit ordinarie sonder exceptie, ten ware al-te-met in dubieuse saken, ende bysondere, wanneer partyen vrywilligh gheciteert zijnde, hem ter purge stelt.

    In welcken ghevalle al-te-met den selven Bailliu gheordineert werdt, teghens den selven ordinarie te procederen, ten eynde partyen met ghene periculeuse torturen, sonder volkomen kennisse van saken en souden werden belast, seggende voor reden van wetenschap, dat sy langhe Jaren als Leen-mannen voor de selve Vyerschare gheseten, ende ghebruyckt zijn geweest,

    t Oirconde onsen Signature hier onder ghestelt den 13 September 1595. Ende was ondertekent, I. de Schagen, Herepert Stalpaert van der Wiele, P. van der Hoogh, Nicolaes Zuycker, Claes Pietersz Duyst, I. Colterman, Frederick Deyman.

_________________________________________________________________________________

2001  D Wintersteijn, Krommenie

Deze pagina is onderdeel van de homepage van: D Wintersteijn