Accoort, nopende de criminele ende civile boeten, vallende in den Ambachte van Heyloo ende Oesdom.

    Die van de Rekeninghe des Graeflijckheydts van Hollandt, gesien hebbende de Requeste, ende andere by-ghevoeghde munimenten, hen-luyden gepresenteert by Joncker Johan van Duvenvoorde, ende Woude, Heere tot Warmont, Eysselijcker-woude, &c. Als testamentaire Vooght van Jonckvrouwe Elisabeth van Doernijck, Dochter van Jonck-heer Johan van Doernijck, daer Moeder af was Jonckvrouwe Henrina van Woerden van Vliet, universele Erfghename, van wijlen Jonck-vrouwe Maria van Woerden van Vliet, te kennen ghevende: dat de Predecesseurs van de Ambachts-heeren van Heyloo ende Oesdom, altijdt ghenoten hebben ende in possessie zijn, van te ghenieten de gherechte helft, vry van alle onkosten, van alle, soo criminele als civile boeten ende verbeurnissen, die binnen de Jurisdictie van de voor gemeldte Ambachts-heerlickheden vallen: Ende den Bailliu van Kennemer-landt toe-ghewesen, oft by compositie ghelooft werden, uyt-gheseydt alleenlijck, Landt-winninghe.

    Welcke gherechtigheden ende profijten, alsoo den jegenwoordigen Bailliu van kennemer-landt David Colterman, weygerigh es te laten volghen, sustinerende aldaer sulcks niet geuseert te wesen.

    Versochte daeromme de Heere Remonstrant, in de qualite als vooren, acte in behoorlijcke forma, by de welcke den voornoemde Bailliu ghelast soude werden, de voorsz gerechtigheden, hem in de selve qualite te laten volghen, etc.

    Soo ist, dat die van de Rekeninghe voornoemt, eerst ende al vooren hier op gehadt hebbende de rescriptie des voorghenoemden Baillius, ghesien, ghe-examineert ende overwoghen hebbende, alle de stucken ende munimenten ten weder-zijden ge-exhibeert, naer rijpe deliberatie ende iterative communicatie, op alles wel ghelet zijnde, daer in desen eenighsins op te letten stonde.

    Hebben den voornoemden Bailliu gheordineert, ende ghelast, ordineren ende lasten naer desen, hem te reguleren, ende den Heere Remonstrant in de voornoemde qualite te laten volghen ende genieten; in alle criminele ende civile boeten, breucken ende confiscatien binnen sijnen tijde inde voorsz Jurisdictie van Heyloo en Oesdom gevallen, de gerechte helft: welverstaende dat by den voornoemden Bailliu Coterman, daer van in-gehouden ende genoten sal werden, volgens den accoorde metten Heere van Assendelft ende Eemskerck op den derthienden Mey vijfthien hondert seven-en-tnegentigh (1597) gemaeckt, van de boeten ende confiscatien, die hem by Sententie toe-ghewesen werden, den vijfden penningh, ten regarde van de informatien, het vervolghen ende uytvoeren van de processen, moeyten ende kosten, die hy ten dien fine ghehadt, ende heeft moeten dragen.

    Maer van de boeten, het zy crimineel of civil, die by dadinghe ofte amicable compositie af-ghedaen, ende ghesticht sullen werden, die suyvere helft, sonder eenighe defalcatie oft kort, ende dit alles in confirmatie van het oude ghebruyck.

    Ghedaen ten Burele van de Kamere van de Rekeninghe in den Haghe, desen tweeden Februarij sesthien hondert ende vijf (1605), ge-extraheert uyt het seste boeck van alrehande appoinctementen, ghedaen ter Kamere van de Rekeninghe in den Haghe, beginnende metten Jare sesthien hondert een (1601), staende aldaer Fol. 300 verso & ultra. Ende naer Collatie accorderende bevonden op den tweeden Martij, anno sesthien hondert vier-en-twintigh (1624). By my, ende was onderteyckent, I. van Mierop.

    Wanneer den Bailliu van Kennemer-lant gehouden es, alle boeten, breucken ende verbeurnissen aen te spreken, bedragende ter somme van thien Kennemer ponden ende daer beneden, als in desen acht-en-twintighsten Artijckel vermelt werdt, kan klaerlijcken af-genomen werden, uytte texten der Privilegien, pag. 49 lin. 30. pag 16. lin. 3. ende pag. 15. lin. 34. Het twee-en-dertighste Artijckel, hoe ende wat Leen-mannen van Kennemer-landt ghehouden zijn te zweeren, voor ende al eerse voor soodanighe ghehouden werden, staet naerder ge-extendeert, pag. 7. lin. 12. ende pag. 33. lin. 24. ende datse ghehouden zijn te wijsen nae de Hantvesten, pag. 18 lin 25.

_________________________________________________________________________________

© 2001  Dé Wintersteijn, Krommenie

Deze pagina is onderdeel van de homepage van: Dé Wintersteijn