Verklaring van woorden en begrippen, 

ter verduidelijking van de teksten uit de Kennemer Handvesten. Dit met behulp van het Middelnederlandsch handwoordenboek door J. Verdam (1911) en aangevuld door C.H. Ebbinge-Wubben, (1932).

 

A.

    Absolveren - vrijspreken

    Advenant - aandeel

    Aenwerp - aangeslipt land.

    Ambacht - burgelijk ambt, rechtsdistrict.

    Ambachtsheerlijckheid - gebied waarover bevoegdheid geldt van de ambachtsheer.

    Appellacie - beroep op hoogere rechtbank

    Appostille - beroepsbrief,  naschrift, aanbeveling toegevoegd aan een petitie/memorie 

    Approberen - goedkeuren, zijn zegel hechten aan, prijzen.

    Articule - artikel, punt, zaak, onderdeel

    Asinge, Asige - hij die in het aasdomrecht het vonnis wijst.

    Attestatie - bewijsschrift, getuigschrift, toestemming

 

B.

    Bede - verzoek van Vorst om vrijwillige bijdrage, vrijwillige belasting.

    Besongeren - bezigheid, zaak, affaire.

    Borchtocht - borg stellen.

    Borge - onderpand, koop op crediet.

    Bottinge, Boddinge - naam van een belasting die om de drie jaar geheven werd in 

        de graventijd.

 

C.

    Clamdijc - dijk waarover geschil is.

    Collatoir, Collatoor - het begeven van een kerkelijk ambt.

    Comptoiren - kantoren.

    Concenteren - vergunnen, toe staan..

    Condemneren - veroordelen

    Condemnatie - veroordeling

    Confirmatie - bekrachtiging.

    Costumen - gewoonte, gebruik.

    Cureit, Cureyt - parochiepriester, pastoor.

 

D

    Decisie - besluit, beslissing, uitspraak

    Delay - uitstel, belemmering, tegenspraak, rechtstermijn.

    Denier - penning, selverine, swarte, gouden deniers.

    Differentie - onderscheid

    Dinctale - de geschreven processtukken.

    Dingen - rechtzitting houden.

    Discretie - oordeel, juistheid

    Doteeren - begiftigen.

 

E.

    Examinatie - onderzoek, verhoor

 

F.

    Fundeeren, Fonderen - stichten, grondvesten.

    Francijn - perkament.

 

G.

    Gaderen - vergaderen, verzamelen, bijeenbrengen.

    Gadergelt - aandeel in hoofdelijken omslag.

    Geapprobeerde, Approberen - goedkeuren, zijn zegel aan hechten.

    Geconsenteert, Concenteren - vergunnen.

    Gehenghen - toestemming, macht.

    Ghelandt - eigenaar van een stuk land.

    Ghepilleert - geplunderd.

    Ghestoelt - tot onderhoud aangewezen dijkvak.

    Gelden - betalen, opbrengen, waard zijn, kosten.

    Gheconstringeert, Constrent - dwang, gebod.

    Ghelooven, Gelof - openlijke bekendmaking, goedvinden.

    Gheslaghen - gebaand, effen, van wegen

    Ghevolgh - het met een ambacht verbonden rechtsgebied 

    Gonnen - gunnen, vergunnen, toestaan.

 

H.

    Hantvesten - door landheer vastgestelde rechten.

    Heervaart - krijgstocht, expeditie, opbrengst in geld om kosten krijchsmacht te betalen.

    Hoefgelt - belasting omgeslagen over de hoeven of boerderijen.

    Hoefslach - deel kade, dijk, weg met onderhoudsplicht, naar den hoeven (boerderijen) 

        berekend.

    Hoenre - bezigheden.

    Huys-hoenre - huishuur?

 

I.

    Inductie - invloed

    Inhibitie - akte van een rechter waarin hij verklaart dat iemand zich onder zijne 

        rechtsmacht heeft gesteld, en waarbij dus aan andere rechters verboden wordt zich 

        rechtsmacht over hem aan te matigen.

    Insinuatie - aantijging, gerechtelijke aanzegging

    Insinueren - gerechtelijk betekenen

    Interrogatorie - lijst van vraagpunten om daarop de andere partij te horen

 

J.

    Juridictie - rechtpleging

 

K.

    Kas, Cas - geval, zaak

    Keur, Core - wet of hantvest van landheer voor bepaalde plaats.

    Kerspel - parochie, kerkdorp

    Kerve - eenheid in belasting aandeel.

    Keves-kindt - buitenechtenlijk kind, onecht kind.

    Knapen, Cnape - schoutendienaar, dienaar, knecht

 

L.

    Landen - palen, aangrenzen.

    Liberteyten - privileges.

    Lien - lenen, in leen geven.

 

M.

    Made - landmaat.

 

N.

    Namptissement - Het geven van onderpand ter voorloopige bevrediging.

    Nobel - edel, naam van gouden munten.

 

O.

    Octroyen - machtiging tot een handeling.

    Ommeslaghen - aandeel in een belasting.

    Ongewedde - niet verpand.

    Overghemerckt, Overgemerct - in aanmerking genomen.

 

P.

    Patroon, Patrone - beschermer, pleitbezorger.

    Payement, Paeyement - betaling, verdiend loon.

    Pene - straf op overtreden politieverordening, straf, geldboete.

    Peremptoir - afdoend, beslissend

    Prefigureren - doelen op, voorbeduiden

    Prejudicie - vooroordeel, nadeel, schade, afbreuk.

    Prejudicieel - geschil dat opgelost moet worden, voordat men tot berechting der 

        hoofdzaak kan komen 

    Privilegien - rechten

    Procuratie - volmacht

    Pronuntia - uitspraak

    Pot-pael - grenspaal op de banscheiding.

 

R.

    Recollectie - afzondering

    Regard - acht slaan op, met in achtname van.

    Reproberen - verwerpen

    Reyse, Reise - keer, maal.

    Requisitoir - openbare aanklacht met eis

    Riemtal - belastingplicht, die bij "riemtalen" geind wordt, verplicht aantal te leveren roeiers.

 

S.

    Salva - behouden

    Salva approbatione - behoudens goedkeuring

    Schaer - grondoppervlak nodig voor voedsel van één dier, oppervlaktemaat tbv. 

        belastingheffing.

    Schilt - naam van gouden munt van verschillende waarden.

    Schilttalen - naar verhouding belasting aanslaan.

    Schot, Schotbaer - belasting, belastingschuldig.

    Sententie - uitspraak, vonnis.

    Setten - verplichten.

    Seven - Een van de zeven naast-gelanden die geroepen werden tot een "seventuuch".

    Seventuuch - zie ook seven, in dijkzaken waardoor dijklast aan iemand wordt aangewezen.

    Spoeyen - spuien, regelbare waterdoorlaat.

    Stoelen, Stolen - verdelen in dijkvakken.

    Stoelinge, Stolinge - het "stoelen" van een dijk.

    Subtijlheden - sluwigheden.

    Supra - boven, hoger, eerder.

 

T.

    Tijns, Cijns - pacht, verplichting, schuld

    Turbel - troebel, onhelderheid, belemmering, beroering.

    Twy, Twi, Twie - twist, geschil, onzekerheid.

 

U.

    Usantien, Usance - gewoonte, gebruik.

 

V.

    Vidimus, Vidimusbrief - Akte waarbij een gezaghebbende persoon onder zijn zegel verklaart, 

        eene oorkonde gezien te hebben, (door welke verklaring hij den inhoud daarvan erkent).

    Vroedschap - onbepaald getal rijkste en wijste ingezetenen om Schout en Schepenen te 

        adviseren.

    Vroon, Vrone - Domein, viswater, heerlijke rechten, beslag,

    Vyerschaer - Vierschaar, rechtbank 

 

W.

    Wan-werf - zuiverende, ordenende gerechtszitting.

    Wassijn - van was gemaakt.

    Wedde - pand, borg, bezoldiging.

 

X.

 

Y

 

Z.

 

_________________________________________________________________________________

© 2000, 2001  Dé Wintersteijn, Krommenie

Deze pagina is onderdeel van de homepage van: Dé Wintersteijn