Het onderstaande artikel is geschreven door M.C. Wintersteijn en verschenen in het januarinummer van 1951 van "Bank Noten", het personeelsorgaan van de Twentsche Bank. 

Over dit schrijfschriftje is ook gepubliceerd in het Orgaan van de Cultuur Historische Vereniging "Tromp's Huys" Vlieland in september 1992.


 

 

PESSIMISME 

Een kenmerk van onze tegenwoordige samenleving is: Pessimisme. Vijf jaren na afloop van de eveneens vijf jaren geduurd hebbende oorlog leven we nog steeds onder spanningen, welke velen te zwaar dreigen te worden. Dit pessimisme drukt op de levensvreugde en op het geluk van velen. 

Laten wij daarom eens achter ons zien, om na te gaan, of het verleden ons kan leren, en of wij daaruit kunnen putten, om weer meer levensvreugde te durven uiten. 

Na de Napoleontische tijd kwam de vereniging van België met Nederland tot stand. Gelukkig was dit "huwelijk" niet. In 1830 liep het op een scheiding uit, met als gevolg een gespannen toestand en mobilisatie, tot eindelijk in 1839 de geschillen werden bijgelegd. 

Mijn grootvader werd geboren op Vlieland. Hij bezocht daar de school, welke werd geleid door een oud-zeekapitein, die voorgoed zijn anker op dat eiland had laten vallen. In schrijfschriften van tamelijk ruw papier en zonder lijntjes, werden met de ganzepen - de veer uit de vleugel van een gans, welke veer aan de schacht telkens met een pennemes moest worden bijgesneden - de schrijfoefeningen gemaakt. Ik bezit nog zijn schrift van 1835, dus uit de tijd van het geschil met België. 

Dat schrift leert, dat toen een jongen van een jaar of twaalf met de vrij gebrekkige schrijfmiddelen, toch uitstekend kon leren schrijven. Ook dat de onderwijzer zeer economisch was, want overal waar een open plekje op een bladzijde over bleef, werd dat gebruikt om nog even enkele cijfers te schrijven.

Wat nu als onderwerp bij het schrijven werd voorgelegd? Natuurlijk in de eerste plaats de pedagogisch bedoelde, zwaarwichtige preken, die we uit de oude schoolversjes ook kennen. Een der onderwerpen was: 

Hier sterft zowel een prins als daar 

Een armen verachten bedelaar. 

Hoeveel of iemand spaart of gaart, 

De dood geen eenig mensch en spaart. 

Wat adem heeft den adem geeft, 

De dood heerst over al wat leeft. 

Maar daarnaast ook verzuchtingen, ingegeven door het ogenblik. Verzuchtingen, waaruit men de gemoedstoestand in die jaren kan aanvoelen. Zo schreef deze Vlielandse jongen, zonder het zelf waarschijnlijk te begrijpen: 

's Weerelds loop. 

De Redelijkheid is uit de wereld gereisd. En de oprechtheid slaapt. 

De vroomheid heeft zich verstooken, en de gerechtigheid kan den weg niet vinden. 

De helper is niet te huis, en de liefde ligt krank. 

De goedaardigheid zit gevangen, en het geloof is merklijk veranderd. 

De deugd loopt beedelen, en de waarheid is reeds lange begraaven. 

Het crediet is verminderd, en het geweeten hangt aan den wand. 

Kijk, als men dat leest, dan zou dat evengoed van een tegenwoordige oud-kapitein, zowel van een schip als van de industrie of van de handel kunnen zijn. We gebruiken andere woorden, maar we bedoelen toch wel hetzelfde. 

Achteraf zeggen we, dat die Vlielander het te donker heeft ingezien, want daarna is een periode gekomen, die veel goeds, rust en geluk heeft gebracht. 

Zou dat daarom nu ook niet zo kunnen zijn? Zou het daarom nu ook niet beter zijn, na de toestand onder de ogen te hebben gezien en zijn maatregelen te hebben genomen, toch maar niet steeds aan alle mogelijkheden te denken en zich daardoor het leven te laten bederven? Laten we ons niet te spoedig aan pessimisme overgeven, en - al gaat het niet geheel op voor dit geval - denken aan wat eveneens in het schrift werd geschreven in September 1835: 

Laat dit ons tot een leering zijn, 

Dat eer men iets gewigtigs doet 

Men langzaam zig bedenken moet. 

Een uur van onbedagtzaamheid 

Kan maken dat men weken schreid. 

W. 

 

 

 


© 2007  Dé Wintersteijn, Assendelft

Deze pagina is onderdeel van de homepage van: Dé Wintersteijn